Op deze pagina:
Donor worden of niet
Donorcodicil
Ethische aspecten
Religieuze aspecten
Psychologische aspecten
Pleidooi voor kind als donor
Verwante onderwerpen:
http://www.donorvoorlichting.nl/
Word orgaandonor
NIGZ Investeren in gezondheid
Door je organen beschikbaar te stellen voor transplantatie kun je levens redden. Toch heeft een groot deel van de Nederlandse bevolking geen donorcodicil. Hoewel de voordelen voor zich spreken, roept orgaandonatie ook een boel ethische vragen op. We zetten een aantal voor- en nadelen op een rij.
Het Nederlands Instituut voor Gezondheidsbevordering en Ziektepreventie (NIGZ) is met een nieuwe reclamecampagne gestart,
Uit de pers: 26 maart 2007 Start grote wervingsactie voor donoren Er is belangrijke post onderweg Met de nieuwe publiekscampagne ‘Ik ben donorgeregistreerd. En jij?' en een persoonlijk gerichte mailing naar één miljoen niet-geregistreerden hoopt...
Nederlanders die nog geen donorcodicil hebben ingevuld, worden opgeroepen om een formulier op te halen bij het postkantoor. Volgens het NIGZ gaat het om de grootste wervingsactie sinds de invoering van het Donorregister in 1998. Er is nog steeds een tekort aan geschikte organen en de wachtlijsten zijn erg lang. Toch hebben ruim zeven miljoen Nederlanders hun wens nog niet kenbaar gemaakt. Wat zijn de vragen waarmee zij zoal worstelen?
Als je achttien jaar of ouder bent, krijg je een donorcodicil thuisgestuurd. Daarin kun je aangeven of je je organen en weefsels na je overlijden wel of niet beschikbaar stelt voor transplantatie. Ook kun je aangeven of je die beslissing aan nabestaanden of een specifiek persoon wilt overlaten. Als je het formulier niet invult, dan zal de uiteindelijke beslissing bij je familie worden neergelegd wanneer je komt te overlijden.
Uit recent onderzoek blijkt echter dat in de helft van alle gevallen nabestaanden niet van elkaar weten wat er met elkaars organen en weefsels moet gebeuren, terwijl ze dat wel belangrijk vinden. Snel een beslissing hierover moeten maken als een van je naasten net is overleden, is voor veel mensen ontzettend moelijk. Het is dus raadzaam om een donorcodicil in te vullen, of er in elk geval eens goed met elkaar over te praten. Op de site donorvoorlichting.nl vind je meer informatie.
Voor sommige mensen is het vanzelfsprekend dat ze na hun dood hun organen afstaan aan anderen: als je er zelf niets meer aan hebt en er het leven van een medemens mee kunt redden, is het een goede daad. Maar voor anderen ligt het niet zo gemakkelijk. Zij worstelen bijvoorbeeld met etische, religieuze of psychologische bezwaren.
Een bezwaar dat regelmatig wordt opgevoerd, is dat het vervangen van organen nogal onnatuurlijk is. De mens wordt bijkans beschouwd als een machine: als een onderdeel niet meer goed werkt, zetten we er gewoon een nieuwe in. Daar valt echter tegenin te brengen dat dit voor veel medische behandelingen geldt. Het laten inbrengen van een kunstbeen is minstens net zo onnatuurlijk, maar toch zullen mensen het niet zo snel om die reden laten. Maar het vervangen van organen die van levensbelang zijn, is voor sommige mensen een stap te ver. Waar de grens ligt, is een persoonlijke afweging.
Verder is het zo dat orgaandonatie niet zonder gevaar is. De ontvanger loopt het risico dat het nieuwe orgaan verstoten wordt. Om dit te voorkomen wordt het afweersysteem van de patiënt met medicijnen onderdrukt. Dit is echter geen garantie dat het lichaam het getransplanteerde orgaan accepteert. Bovendien is de patiënt hierdoor extra vatbaar voor infecties en ziekten. Toch is dit voor veel mensen die dringend een orgaan nodig hebben een beter alternatief dan niets doen, want dat betekent vaak dat ze een zekere dood tegemoet gaan.
Ook religieuze aspecten kunnen een rol spelen bij de keuze om wel of geen orgaandonor te worden. Veel godsdienstige stromingen zijn niet tegen orgaandonatie. Het wordt vaak gezien als een uiting van naastenliefde. Maar met name de bijbelse waarde van integriteit van het menselijk lichaam spreekt bij de protestanten juist tégen orgaandonatie. Sommigen vinden dat het op deze manier verlengen van iemands leven gelijk staat aan verzet bieden tegen God's voorzienigheid. Maar ook dit geldt dan in feite ook min of meer voor alle andere medische behandelingen.
Wat ook veel mensen zich afvragen, is of orgaandonatie gevolgen heeft voor het leven na de dood. De Bijbel geeft aan dat de ziel van een mens zetelt in organen als de nieren en het hart. Wat gebeurt er als je die direct na je dood laat verwijderen? Geven we ook onze ziel dan weg aan iemand anders? Voor de een is dit een reden om geen orgaandonor te worden, de ander zegt dat de Bijbel slechts beeldend spreekt over dit soort zaken, en dat ze niet letterlijk moeten worden genomen. Hoe de verschillende godsdiensten tegenover orgaandonatie staan, kun je hier lezen.
Door sommige tegenstanders van orgaandonatie wordt aangevoerd dat het niet altijd even helder is wanneer iemand dood is. In Nederland zijn er duidelijke regels opgesteld waarin staat onder welke omstandigheden iemand dood verklaard kan worden. Het belangrijkste criterium is hersendood zijn: sommige organen werken nog, maar de hersenen niet meer. Maar voor veel mensen voelt het niet goed om de organen te verwijderen van iemand die nog ademt en van wie het bloed nog door de aderen stroomt.
Sommige mensen zijn bang dat artsen bewust of onbewust fouten maken. Bijvoorbeeld dat ze te snel 'de stekkers eruit trekken' omdat de patiënt organen heeft die dringend nodig zijn. In werkelijkheid is de kans dat zoiets gebeurt heel erg klein. De regels zijn streng, en er is een aantal barrières ingebouwd om zulke praktijken te voorkomen. Zo moet een onafhankelijke neuroloog vaststellen dat een patiënt daadwerkelijk overleden is. Pas dan mogen bij een donor de organen verwijderd worden. Angst voor fouten hoeft dus geen reden te zijn om geen donor te worden.
Wat je uiteindelijke beslissing ook is, het is belangrijk om 'm te laten vastleggen. Zodat je deze moeilijke keuze niet aan je nabestaanden hoeft over te laten.
9 december 2007 GRONINGEN - Kinderen onder de 12 jaar worden volgens de wet niet gezien als potentiële orgaandonoren, terwijl je met een kinddonor vier tot vijf kinderen aan een nieuw orgaan kunt helpen. Verpleegkundige Marion Siebelink van het UMC Groningen hoopt te promoveren op het onderwerp kinddonatie, zo meldt vakblad voor verpleegkundigen Bijzijn.
Siebelink heeft veertien jaar op een kinder-ic gewerkt en doet vanuit die achtergrond onderzoek naar het kind als donor. "Dat is een gevoelig onderwerp waar veel kanten aan zitten."
De vraag is vooral of kinderen van die leeftijd zelf kunnen beslissen of zij orgaandonor willen zijn of niet. Siebelink legde die vraag voor aan jeugdpeil.nl, een representatief panel van kinderen tussen de 9 en 14 jaar. 67 Procent van de ondervraagde kinderen antwoordde bevestigend op die vraag.
Registratie
Kinderen vanaf 12 jaar mogen zich registreren in het donorregister. Totdat het kind 16 jaar is, kan de ouder de beslissing van het kind 'overrulen'.
Als kinderen van 16 jaar aangeven dat ze geen donor willen zijn, kunnen de ouders daar niets aan veranderen. Bij kinderen van 16 en 17 jaar kunnen de ouders de beslissing van het kind niet meer ongedaan maken.
Wachtlijst
"Kinderen onder de 12 jaar worden niet gezien als potentiële donoren, maar wij vinden het wel heel normaal dat kinderen wél op de wachtlijst staan voor een nieuw orgaan", zegt Siebelink. Zij wil vooral dat het onderwerp bespreekbaar wordt, bijvoorbeeld door er voorlichting over te geven op basisscholen in groep zeven en acht.
Ook artsen wacht in de optiek van Siebelink een taak. "De arts moet, als een potentiële kinddonor overlijdt, wel de vraag stellen. Uit de literatuur en uit mijn ervaring weet ik dat die vraag niet vaak wordt gesteld."
Belasten
Voor haar onderzoek gaat Siebelink achterhalen hoeveel kinderen tussen 2003 en 2006 zijn overleden, bij hoeveel van die kinderen de donatiekeuze aan de ouders is voorgelegd en hoeveel kinderen donor zijn geworden.
"Je hoort vaak dat arsten de ouders van een stervend of overleden kind niet willen belasten met deze vraag."